Bril

Het sieraad voor je gezicht 

Er komt een tijd, een moment in je leven waarop je beseft dat je ouder wordt. En dan heb ik het niet over de leuke momenten zoals oud genoeg zijn om te mogen autorijden of alcohol drinken. Nee, ik heb het over verval.

Op de dag dat ik achttien jaar werd, merkte ik dat ik het schoolbord niet meer goed kon zien. Na een uitgebreide oogmeting bleek één oog +0,5 en het andere oog -0,5 te zijn. Niet schokkend, maar wel voldoende om een leesbril te nemen. Ruim zeventien jaar lang heb ik een leesbril gehad, die ik eigenlijk alleen opzette als ik moe was en alles niet meer helemaal helder zag. Maar afgelopen zomer bleek dit leesbrilletje niet meer afdoende. Vermoeide ogen, hoofdpijn, dubbel zien. Duidelijke signalen dat mijn ogen minder werden. Met enige tegenzin heb ik toch maar een afspraak gemaakt bij de opticien. Na een uitgebreide oogmeting en verschillende oogonderzoeken, bleek vooral mijn linkeroog een stuk achteruit te zijn gegaan. ‘Ja hoor,’ zei de optometrist iets te enthousiast, ‘dat wordt een nieuwe bril!’ Dat had hij mij niet hoeven zeggen. Ik wist dat ik nieuwe bril nodig had.

En ja, dan komt het lastige, het uitzoeken van een nieuw montuur. De nieuwe bril zal ik elke dag moeten dragen. Het is dus best een belangrijke beslissing. Het montuur moet bij me passen en ik wil er ook niet snel op uitgekeken raken. Na een aantal monturen gepast te hebben, was ik er wel vrij snel uit. Een redelijk klassiek en tijdloos model in warme bruine tinten. Dit moest het worden. 

Ik ben uiteindelijk heel blij met mijn keuze, maar iedere keer als ik mijn eigen spiegelbeeld zie, schrik ik toch even. Oh ja, die bril. Het is nu eenmaal echt een heel ander gezicht en daar moet ik aan wennen. Vrienden en kennissen merken de bril natuurlijk ook op (daar kun je immers niet omheen) en vragen of ik een nieuwe bril heb. Ja, inderdaad. Het feit dat ik nu überhaupt een bril op mijn neus draag is nieuw, maar dat zeg ik maar niet. Mijn beste vriendin, die zelf ook brildragend is, zei het volgende: ‘Je moet het zo zien: jouw bril is een sieraad voor je gezicht, en het is prachtig.’ 

Toen ik mijn moeder belde en haar de resultaten vertelde van de oogonderzoeken, kon ze het niet laten om mij even in te peperen dat mijn ogen toch een stuk slechter zijn dan die van haarzelf en mijn vader. Zij waren achter in de veertig, begin vijftig toen een eerste bril nodig bleek. Hè ja, daar zit ik op te wachten. Mijn ogen zijn dus een stuk slechter want ik ben pas halverwege de dertig. Dat belooft wat voor de toekomst. Dit is dus het begin. Het begin van aftakeling… van verval. Ok. Nou, kom maar op dan! Ik kan nu tenminste weer duidelijk zien wat er op mijn pad komt.


Oudheid

De oudst bewaard gebleven geschreven bron waarin melding wordt gemaakt van een soort bril of vergrootglas dateert uit de eerste eeuw na Chr. Deze bron is afkomstig van Lucius Annaeus Seneca (4 voor Chr. – 65 na Chr.) die we kennen als Seneca de jongere. Hij was schrijver, filosoof en zou ook de tutor van de Romeinse keizer Nero zijn geweest. Seneca beschreef een manier om de letters in een tekst met behulp van water te vergroten. Letters, hoe klein ze ook zijn, worden vergroot en duidelijk zichtbaar als je er naar kijkt door een glas of een schaal gevuld met water.

De leerling van Seneca, keizer Nero, die regeerde van 54 na Chr. tot zijn dood in 68 na Chr., zou bijziend zijn geweest en hij zou daarom een smaragd voor zijn oog hebben gehouden bij het kijken naar gladiatorengevechten. Deze edelsteen fungeerde als een corrigerende lens waardoor Nero de gevechten kon zien. Smaragd is een variant van het mineraal beril. Beril werd vroeger gebruikt om brillenglazen van te slijpen. Hier komt ons woord voor ‘bril’ ook vandaan.

Middeleeuwen

Het blijft daarna een lange tijd stil. Pas in het jaar 1021 wordt weer melding gemaakt van een lens die corrigeert en vergroot in The Book of Optics van de middeleeuwse Arabische geleerde Ibn al-Haytham (965 – 1040), die we in het westen kennen als Alhazen. The Book of Optics bestaat uit zeven delen. Het werd in de twaalfde eeuw vanuit het Arabisch vertaald naar het Latijn. Dit werk bleek heel belangrijk voor de ontwikkeling van de optica in Europa en met name in Italië tussen 1260 tot 1650. De uitvinding van de eerste brillen in Italië in de dertiende eeuw, was te danken aan dit boek.

De eerste brillen moeten rond 1286 in Italië zijn gemaakt. We weten dit dankzij een bewaard gebleven preek van de Dominicaan Giordano da Pisa (1255 – 1311) die hij op 23 februari 1306 hield. Hij zegt daarin dat ‘er nog geen twintig jaren voorbij zijn sinds de kunst van het maken van brillen is ontstaan.’ Deze eerste brillen hadden geslepen lenzen om het gezichtsvermogen te verbeteren. Ze waren bedoeld voor mensen die verziend waren en voor mensen wiens ogen door hoge leeftijd waren verslechterd. Het waren vooral oudere monniken die moeite kregen met het lezen en schrijven, die gebruik maakten van deze brillen.

Het is niet duidelijk wanneer en waar precies de technologie van brillen maken is uitgevonden. Zo zou Marco Polo in 1275 al brillen hebben gezien in China. Giordano’s collega broeder Allessandro della Spina da Pisa (gestorven in 1313) had ook een bril gemaakt. Een oude kroniek van het Dominicaner klooster van St. Catherina in Pisa vermeldt dat eerst iemand anders een bril had gemaakt, maar dat hij de bril niet wilde delen met anderen. Allessandro della Spina ging daarna ook een bril maken en hij was wel bereid deze te delen.

De eerste afbeelding van iemand die een bril draagt stamt uit 1352. Het werk van Tomaso Barisini, beter bekend als Tommaso da Modena (1326 – 1379) laat het portret zien van de Dominicaanse kardinaal en bekende Bijbelse geleerde Hugo de Saint–Cher/Hugo de Provence (ca. 1200 – 1263), die zit te schrijven aan zijn bureau in het scriptorium. Dit werk maakt onderdeel uit van de ‘Veertig van Tommaso.’ Tommaso heeft veertig Dominicaanse geleerden aan hun bureau geschilderd, waaronder pausen, kardinalen, theologen en filosofen, terwijl zij lezen, schrijven of bidden. Dit werk bevindt zich in de kapittelzaal van het vroegere Dominicaner klooster van San Nicolo te Treviso in Noord Italië. Dit voormalige klooster is nu een seminarie.

Tommaso_da_modena,_ritratti_di_somenicani_(Ugo_di_Provenza)_1352_150cm,_treviso,_ex_convento_di_san_niccolò,_sala_del_capitolo
Detail: portret van de Dominicaanse kardinaal Hugo de Saint–Cher, Tommaso da Modena (1352).

Een andere vroege afbeelding van een bril is te zien linksonder op het rechterpaneel van het altaarstuk van de protestantse stadskerk van Bad Wildungen in Duitsland. Dit altaarstuk stamt uit 1403 en is van de hand van Conrad von Soest (1370 – 1422). Het grote altaarstuk laat de kruisiging zien en scènes uit het leven van de maagd Maria en de Passie van Christus. De afbeelding linksonder op het rechterpaneel is de oudste afbeelding van iemand met een bril ten noorden van de Alpen.

Conrad_von_Soest_002
Altaarstuk, Conrad von Soest (1403).

 

Conrad_von_Soest,_'Brillenapostel'_(1403)
Detail: de apostel met bril, Conrad von Soest (1403).

Deze vroege brillen hadden hele simpele lenzen. Deze lenzen werden voor het oog geplaatst om hypermetropie oftewel verziendheid en presbyopie oftewel ouderdomsverziendheid te verhelpen. Bij verziendheid komt de brandpuntsafstand van het niet-geaccommodeerde oog niet overeen met de afstand tussen de ooglens en het netvlies (=de beeldafstand). Bij ouderdomsverziendheid is de ooglens ten gevolge van veroudering onvoldoende in staat om nog te accommoderen (zijn brandpuntsafstand aan te passen). Deze eenvoudige lenzen konden dit probleem verhelpen.

De oudste monturen voor brillenglazen waren een soort standaard die de gebruiker met de hand voor zijn ogen moest houden, zoals te zien is in het werk van Conrad von Soest. Bij latere modellen waren de monturen een soort metalen knijpers, die de drager op zijn neus kon klemmen. Dit worden ook wel knijpbrillen of pince–nez brillen genoemd. De oudst bewaard gebleven knijpbril is gevonden onder de vloerplanken van het klooster Wienhausen in Celle, Duitsland. Deze bril dateert uit ongeveer 1400.

Knijpbril met houten montuur. Bron: Universiteitsmuseum Utrecht.
Knijpbril met houten montuur. Bron: Universiteitsmuseum Utrecht.

De Italiaanse Dominicaner monnik en prediker Girolamo Savonarola (1452 – 1498) stelde voor om de bril op z’n plek te houden door aan weerszijden linten te bevestigen en deze achter het hoofd vast te binden. Dit voorstel heeft al iets weg van de moderne bril. In de eeuwen die volgden zijn er verschillende trends geweest onder brillen en brildragers. Hieronder staan de belangrijkste typen vermeldt.

Monocle

Dit is een rond oogglas dat voor één oog gedragen wordt. Het wordt geklemd tussen het jukbeen en de wenkbrauw. Vaak is er aan de ring rondom het oogglas een ketting verbonden die ofwel rond de nek hangt, of aan kleding bevestigd kan worden om te voorkomen dat het glas op de grond valt. Er zijn ook monocles die een greep hebben zodat ze met de hand voor het oog kunnen worden gehouden.

Gedecoreerde monocle met greep. Bron: Universiteitsmuseum Utrecht.
Gedecoreerde monocle met greep. Bron: Universiteitsmuseum Utrecht.

De eerste man waarvan bekend is dat hij een monocle droeg, was de Pruisische antiquair Baron Philipp von Stosch (1691 – 1757). Hij droeg een monocle rond 1720 in Rome wanneer hij gravures en andere gedetailleerde voorwerpen van dichtbij onderzocht. De monocle werd pas echt populair, zelfs een modieus verschijnsel, onder heren in de negentiende eeuw.

Schaarbril

Dit is een type bril waarbij de glazen in een soort Y–vormige standaard zijn geplaatst. Aan de onderkant van deze standaard zat vaak een ring, zodat deze bril aan een ketting of aan een lint om de nek kon worden gedragen. Dit type bleek toch niet erg handig aangezien het handvat van deze bril precies voor de mond zat. Als de ‘drager’ van dit type zijn bril voor de ogen hield, dan bedekte hij met zijn hand zijn mond waardoor eten of een gesprek voeren lastig werd.

Gedecoreerde schaarbril. Bron: Universiteitsmuseum Utrecht.
Gedecoreerde schaarbril. Bron: Universiteitsmuseum Utrecht.

Lorgnet

De schaarbril was dus niet zo’n groot succes. Het was handiger als de greep van de bril aan de zijkant was bevestigd. Zo ontstond de lorgnet – een bril met de greep aan de zijkant. De lorgnet zou omstreeks 1780 door de Engelse instrumentenmaker en opticien George Adams (1750 – 1795) zijn ontworpen.

De eerste lorgnet had twee grote ronde glazen en aan één kant een lange steel. In de jaren die volgden werden er allerlei aanpassingen gedaan. Zo werd het mogelijk om de glazen in de steel te schuiven, waardoor de glazen beschermd werden tegen mogelijke krassen.

De Franse opticien Lepage ontwierp rond 1818 een scharnierlorgnet waarbij de glazen konden worden dubbelgeklapt en daarna in de steel konden worden geschoven. De lorgnet werd zo een stuk kleiner en ook sierlijker. Het scharnierlognet was vooral ten tijde van de Empirestijl (1804 – 1830) erg populair.

Een ander type was de springlorgnet. Door op een knopje te drukken dat in de koker of steel zat verwerkt, sprong het ene glas achter het andere glas vandaan. Zowel de springlorgnet als de scharnierlorgnet waren vaak rijk versierd. Deze brillen werden door welgestelde dames gebruikt. Het zou meer als een soort sieraad gedragen zijn dan als hulpmiddel om beter te kunnen zien. Ze waren populair bij gemaskerde partijen en werden ook veel gedragen bij de opera.

Springlorgnet in bewerkte koker. Bron: Universiteitsmuseum Utrecht.
Springlorgnet in bewerkte koker. Bron: Universiteitsmuseum Utrecht.

Omstreeks 1850 werd de lorgnet weer langer en verdwenen de scharnier en het springmechanisme. Voortaan werden de glazen weer in de steel opgeborgen. De lorgnet bleef populair, ook tijdens de Belle Epoque (1900 – 1910). Er zijn hele mooie modellen ontworpen in de art nouveau– en art deco–stijl. Maar hierna verdween de lorgnet uit beeld en werd de ‘gewone’ moderne bril gangbaar.

Moderne bril

De moderne bril die met poten achter je oren vast zit, dateert uit de vroege achttiende eeuw. Deze bril werd voor het eerst vermeld in Engeland en werd aanvankelijk erg lelijk gevonden waardoor de knijpbril, de monocle en de lorgnet aan populariteit wonnen. Maar het voordeel van deze ‘gewone’ bril met poten is dat hij permanent gedragen kan worden en dat de drager zijn beide handen vrij heeft. Praktisch nut is in onze tijd een stuk belangrijker dan alleen een mooi sieraad voor de ogen.

Ach… als mijn beste vriendin zegt dat mijn ‘gewone’ bril een sieraad is voor mijn gezicht, dan heb ik het beste uit beide werelden.

Louise Stutterheim
Louise Stutterheim (1980) – Cultuurhistoricus, onderzoeker, educator, schrijver, redacteur en blogger.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.