Rolstoel

Rollen, rollen, rollen in een wagentje…

Mijn opa was al een eind in de negentig toen hij een rolstoel kreeg. Hij kon nauwelijks meer staan, laat staan lopen. Het grootste deel van de tijd bracht hij door in zijn stoel voor het raam. Maar zo af en toe namen mijn ouders en ik hem mee op pad. Dankzij de rolstoel konden wij hem bijvoorbeeld meenemen naar een laatste kleine familiereünie in Duitsland. Ik heb mijn opa tijdens dat bezoek door de straten van Düsseldorf geduwd waar hij als kleine jongen veel gelopen had. Mijn opa leefde helemaal op en vertelde me verhalen over zijn vroegste jeugd die hij bij zijn grootouders in Düsseldorf had doorgebracht. Zonder de rolstoel hadden we deze trip nooit kunnen maken, en dan had ik de verhalen die mijn opa me daar in Düsseldorf vertelde nooit te horen gekregen.

De rolstoel van mijn opa heeft niet alleen dienst gedaan om mijn opa van a naar b te krijgen. Ik heb jarenlang bij een filmmakers-collectief gezeten. Mijn opa’s rolstoel is meerdere keren ingezet op de set. De ene keer als ‘prop’ of filmattribuut, maar vaker als dolly. Onze eigen dolly was een eenvoudig plateau op wieltjes die over een zelfgemaakte en zelf aangelegde ‘rails’ liep. Hierdoor konden we shots maken terwijl de camera in beweging was. We waren alleen afhankelijk van de lengte van de rails. Een rolstoel bleek heel handig te zijn voor de langere shots en shots waarin de camera om iets of iemand heen draait.

Voorwaarde was wel dat de ondergrond zo glad mogelijk moest zijn, we wilden natuurlijk geen trillend of schokkend beeld. Een paar locaties bleken hiervoor heel geschikt. We hebben de rolstoel onder andere gebruikt in een parkeergarage en in de prachtige stationshal van het Station Groningen. Om de camera op de juiste hoogte te krijgen voor het betreffende shot, zat onze cameraman met zijn camera op zijn schouder, gehurkt op de zitting van de rolstoel. Ik was degene die hem rondreed en die ervoor zorgde dat hij niet achterover kieperde zolang hij op de rolstoel zat. Dit beeld van een cameraman in of liever gezegd op een rolstoel zorgde voor nogal wat verwarring bij veel reizigers. 

Zo stond er een echtpaar geïnteresseerd te kijken hoe en wat wij aan het filmen waren. Opeens hoorde ik de vrouw tegen haar man zeggen: ‘Toch leuk, dat zo’n jongen op deze manier ook gewoon kan meedoen.’ Bedoelde ze met ‘zo’n jongen’ een gehandicapte jongen? Onze cameraman was en is bepaald niet gehandicapt. Hij is een van de lenigste mensen die ik ken. Hij zat nota bene op z’n hurken op de zitting van de rolstoel en dat is iets wat ik met mijn stramme ledematen niet voor elkaar krijg. Deze mensen zagen iets voorbij komen en trokken meteen hun conclusie. En ja, al was onze cameraman wel gehandicapt geweest, dan was het inderdaad mooi dat hij op deze manier ook gewoon mee kon doen. Daar gaat het om. Daar is een rolstoel tenslotte voor bedoeld.


Rolstoel of kruiwagen

De rolstoel is eigenlijk een combinatie van twee hele vroege uitvindingen: de stoel en het wiel. Toch heeft het naar verhouding lang geduurd voordat we de eerste rolstoel tegenkomen in de geschiedenis. De rolstoel is waarschijnlijk zo rond de twaalfde eeuw in Europa geïntroduceerd, tezamen met de kruiwagen. De kruiwagen werd namelijk ook ingezet om invalide personen te kunnen vervoeren. Ik zal in een apart blog over de geschiedenis van de kruiwagen gaan schrijven.

Oudheid

Er is niet heel veel bekend over hoe invalide personen werden vervoerd in de Oudheid. Maar er is wel een aantal bronnen bekend. De afbeelding hieronder staat bijvoorbeeld op een Griekse vaas die uit ongeveer 530 voor Chr. stamt. De afbeelding laat een paar figuren zien die bij een bed staan waar een kind op ligt. Het bed heeft poten met wieltjes waardoor het bed met het kind verplaatst kan worden. Deze vaas laat zien dat men in Oudheid ook al naar manieren zocht om mensen te kunnen verplaatsen middels een meubelstuk met wieltjes.

bed op wieltjes
Detail van een Griekse vaas, ca. 530 voor Chr.

De Romeinen kenden een speciaal voertuig waarmee invalide personen werden vervoerd. Deze werd een arcera genoemd. Het Latijnse woord woord arca betekent ‘kist’ of ‘doos’ en het Latijnse woord arcānus betekent ‘verborgen’, ‘gesloten’ of ‘geheim’. Deze woorden geven al een zekere indruk. Het ging om een speciale overkapte soort koets waarin de invalide passagier als het ware verstopt zat, of zat opgesloten. Dit voertuig was voor de komst van Christus al verdwenen.

In het oude Egypte en ook in het Romeinse Rijk maakten de keizerlijke familieleden en andere edellieden graag gebruik van een draagstoel om zich van a naar b te laten dragen. Het paste niet bij hun status om over straat te moeten lopen. Zij lieten zich liever dragen. Verderop in dit blog zal ik wat dieper ingaan op de draagstoel.

Middeleeuws invalidenvervoer

Er zijn verschillende middeleeuwse bronnen bekend waarin gebruik wordt gemaakt van een kruiwagen om een invalide persoon te vervoeren. De Engelse monnik William of Canterbury schreef in 1172, vlak na de dood van Thomas à Becket (1119 – 1170), een biografie over de heilige met de titel Miracles of St. Thomas. Hierin beschreef William ook een verhaal over een boerenfamilie. De jonge Agnes uit Corbie (even ten oosten van Amiens, Frankrijk) was verlamd. Zij zocht genezing en ze wilde hiervoor graag het graf van de heilige Thomas Becket in Canterbury bezoeken. Haar vader legde haar in een cenovectorium die hij voor zich uit duwde van Corbie, langs de Somme, over zee naar Canterbury. Een cenovectorium is een Latijns woord voor wat een type kruiwagen zou kunnen zijn geweest.

Een ander Latijns woord voor kruiwagen is civera. De Engelse Benedictijner monnik Thomas of Monmouth (? – 1172) schreef in zijn Life and Miracles of St. William of Norwich, hoe de verminkte Evelina uit Rochesburgh in een civera door haar vader naar het graf van de heilige martelaar werd geduwd. En op dezelfde dag zou ook de jonge Baldwin in een civera door zijn vader vanuit hun huis in Lincolnshire naar Norwich zijn gedragen om daar te bidden voor genezing.

Deze beide pelgrimages vonden plaats in het jaar 1156. Toch kunnen we hier nog niet met absolute zekerheid spreken over een kruiwagen. Dat kunnen we wel wanneer Thomas of Monmouth in 1172 het volgende schrijft: ‘(…) a woman went to Evesham to be cured at the tombe of Simon de Monfort, being carried by her husband in a civera, with one wheel and two feet.’

Vrij vertaald staat er dat een vrouw uit Evesham naar het graf reisde van Simon de Monfort om daar te genezen. Ze werd gedragen door haar man in een civera, met één wiel en twee pootjes. Hier kunnen we zeker spreken van een kruiwagen waarin een invalide vrouw werd vervoerd.

Tot dusver hebben we gezien dat invalide personen in verschillende soorten voertuigen werden geduwd, gereden en gedragen. Dit konden eenvoudige karren met twee wielen zijn, maar ook een kruiwagen met slechts één wiel. Geen van deze voertuigen is echt te vergelijken met de rolstoel. Deze kwam pas veel later ten tonele.

De koning der ziekten

De eerste ‘echte’ rolstoel, zoals wij de rolstoel kennen, stamt uit ca. 1595 en werd een invalidenstoel genoemd. Het is niet bekend wie deze stoel heeft ontworpen, maar we weten wel voor wie deze stoel bedoeld was. De gebruiker van deze rolstoel was namelijk de Spaanse koning Filips II (1527 – 1598), die tevens over de Nederlanden regeerde.

Portret van koning Filips II, door Antonis Mor van Dashorst, ca. 1560.

Uit documentatie blijkt dat Filips II in 1595 over een eigen rolstoel beschikte. Deze rolstoel had een verstelbare rugleuning en verstelbare voetsteunen. In de jaren 1590 was de gezondheid van de Spaanse koning flink achteruit gegaan en Filips had steeds meer moeite om zelf nog vooruit te komen. Een van de aandoeningen waar hij aan leed was jicht, een aandoening waar zijn vader Karel V (1500 – 1555) ook aan had geleden.

rollstuhl_koenig_philipp_1595
De rolstoel van de Spaanse koning Filips II, ca. 1595.

Jicht is een snelle en hevige reumatische ontsteking met roodheid, zwelling, veel pijn en functiebeperking. Een patiënt kan door de pijn vaak nauwelijks lopen. Normaal gesproken gaat een acute jichtaanval zonder behandeling in vijf tot zeven dagen over, maar als je pech hebt duurt het langer.

Jicht was in de Oudheid al bekend en werd ‘de koning der ziekten’ en ‘de ziekte van koningen’ of ‘de ziekte der rijken’ genoemd. Het oudste document waarin jicht wordt omschreven is afkomstig uit het Oude Egypte en dateert van 2600 voor Chr. Hierin staat een beschrijving van artritis van de grote teen. Jicht komt vaak voor in de grote teen of in de gewrichten van de voorvoet, in de hiel, enkel, knie, pols en vingers. Bij jicht wordt vaak maar één gewricht aangetast. Naarmate een patiënt ouder wordt kan jicht op den duur in meerdere gewrichten voorkomen.

Filips II leed erg veel pijn en had de laatste jaren van zijn leven een rolstoel nodig. De laatste drie maanden van zijn leven bracht hij in bed door. In augustus 1598 verslechterde de gezondheid van Filips II. Hij overleed op 13 september 1598.

Johann Hautsch’ zelf-rijdende wagens

Halverwege de zeventiende eeuw maakte de Duitse uitvinder en mechanicus Johann Hautsch (1595 – 1670) uit Neurenberg, al verschillende typen rolstoelen. In 1649 bouwde hij een rolstoel speciaal voor jichtpatiënten. Kort daarna bouwde hij een mechanische vierwieler-wagen die 1,6 km/uur kon rijden.

In Johann Gabriel Doppelmayr’s Historische Nachricht von den Nürnbergischen Mathematicis und Künstlern, Teil 2 (1730) staat op pagina 300 over deze wagen geschreven: ‘Das also frei geht und bedarf keiner Vorspannung, weder von Pferden noch anders. Und geht solcher Wagen in einer Stunde 2000 Schritt; man kann still halten, wenn man will, man kann fortfahren, wenn man will, und ist doch alles von Uhrwerk gemacht.’

Vrij vertaald staat er: dat voor het rijden in deze wagen geen paarden nodig zijn die de wagen voorttrekken of iets anders. De wagen legt een afstand van zo’n 2000 stappen in een uur af en men kan stoppen wanneer men dat wil en men kan doorrijden wanneer men dat wil. De wagen wordt door een uurwerk aangestuurd.

Kort daarop bouwde Hautsch een triomfwagen. Ook deze wagen werd net als de vorige door een uurwerk aangestuurd. Dit werd in 1651 weersproken door plaatsgenoot, dichter en wetenschapper Georg Philipp Harsdörffer (1607 – 1658) die in zijn Mathematischen Erquickstunden schreef dat er een klein jongetje in de wagen verstopt moest zitten die de wagen deed rijden.

img_3232
De ‘rolstoelen’ van Hautsch en Farfler.

Farflers handaangedreven rolstoel

Stephan Farfler (1633 – 1689) was een horlogemaker, eveneens uit Neurenberg, Duitsland. Gabriel Christoph Benjamin Busch noemt Farfler in Das Handbuch der Erfindungen (1802) een beroemde horlogemaker. Stephan Farfler zou net als Hautsch ook rolstoelen gaan bouwen. Farfler was op driejarige leeftijd verlamd geraakt door een ongeluk. Hij werd ook wel omschreven als iemand met ‘verkrüppelten Beinen’.

In 1655 bouwde Farfler op 22-jarige leeftijd een rolstoel die hij met zijn handen kon aandrijven. Deze rolstoel leek een beetje op een zeepkist en had drie wielen. Deze rolstoel kan worden gezien als de voorloper van de moderne driewieler en de tweewieler (de fiets). Kort hierna bouwde Farfler een tweede rolstoel met vier wielen en met eenzelfde aandrijving.

rollstuhl_farfler_1655
Farfler’s rolstoel, 1655.

De Duitse geleerde Johann Christoph Wagenseil (1633 – 1705) schreef in 1695 dat na Farfler’s dood, zijn wagen in de Neurenberger Stadsbibliotheek werd tentoongesteld. Wagenseil eerde Farfler’s uitvinding en liet kleinere houten replica’s maken voor hooggeplaatste personen om in te rijden. Een driewieler van Farfler bevond zich volgens de Duitse archeoloog Johann Georg Keyssler (1693 – 1743) in het bezit van de Duitse wiskundige, astronoom en kaartenmaker Johann Gabriel Doppelmayr (1677 – 1750). Doppelmayr had geschreven over de uitvindingen van Hautsch en Farfler in Historische Nachricht Von den Nürnbergischen Mathematicis und Künstlern, Teil 2 (1730). De originele rolstoel van Farfler is in de achttiende eeuw nog in Nürnberg getoond.

Fairfax’ troon

Sir Thomas Fairfax (1612 – 1671) was een Engelse generaal en de Commander-in-Chief van het parlementaire leger gedurende de Engelse burgeroorlog van 1642 tot 1651. Fairfax was een leider die meevocht aan de frontlinie en zelf meerder keren gewond is geraakt. Eenmaal met pensioen kreeg hij last van jicht. Hij gebruikte de laatste jaren van zijn leven deze rolstoel.

houten-rolstoel-van-sir-thomas-fairfax
De rolstoel van Sir Thomas Fairfax.

De rolstoel van Fairfax is een soort houten troon met aan weerszijden twee wielen en kleiner wiel aan de achterzijde. Op de armleuningen zijn twee handgrepen geplaatst waarmee Fairfax de rolstoel kon aandrijven.

Volgens de Engelse historicus Andrew Hopper werd Fairfax veroordeeld tot zijn rolstoel in 1664. Fairfax’ neef beschreef hoe Fairfax in zijn rolstoel zat, ‘like an old Roman, his manly countenance striking awe and reverence into all that beheld him, and yet mixt with so much modesty and meekness, as no figure of a mortal men ever represented more.’

Negatieve beeldvorming

Hieronder staat een aantal voorbeelden van rolstoelen in de kunst. Geen van de afbeeldingen geeft een positief beeld van de rolstoel. De mensen die in een rolstoel worden afgebeeld, worden bestempeld als hulpeloos, zielig, lui of onnozel. Hieronder staan twee spotprenten uit de achttiende eeuw.

spotprent-op-de-hollanders-anoniem-1793-1794
Een Franse spotprent op de Hollanders, ca. 1793 – 1794. Bron: Rijksmuseum.

We zien op de prent hierboven drie figuren staan: links staat een inspecterende Franse kapitein, in het midden staat een drinkende Hollandse man, en rechts zit een dikke Hollandse man te slapen in een rolstoel met daarop een telescoop bevestigd. Deze prent is onderdeel van een serie van vier Franse spotprenten op de Hollanders, die liever drinken, slapen en lui zijn dan het landsbelang verdedigen. Deze serie spotprenten stamt uit ca. 1793 – 1794.

spotprent-op-keizer-jozef-ii-anoniem-1785
Spotprent op de keizer van het Heilige Roomse Rijk, Jozef II, 1785. Bron: Rijksmuseum.

Dit is een spotprent uit 1785. We zien hoe de keizer van het Heilige Roomse Rijk, Jozef II (1741 – 1790) belachelijk wordt gemaakt door hem in een rolstoel (eigenlijk een soort kakstoel of kinderstoel) te zetten. Hij wordt voortgeduwd door de hertog van Brunswijk. Op de stoel liggen allemaal documenten met de plannen van de keizer. Om de stoel dansen de Nederlandse maagd, de koningen van Frankrijk, Zweden, Pruisen en Spanje, de Turk en de Paus. Keizerin Catharina de Grote van Rusland zit op troon en kijkt alleen maar toe. Op de voorgrond juichen de Brabanders en Hollanders.

De keizer wordt afgebeeld in een rolstoel of een kinderstoel, waarmee de tekenaar wil zeggen dat de keizer als een klein kind is. Hij is niet in staat om zelf beslissingen te nemen en enige autoriteit uit te stralen. Niemand neemt hem serieus. Hieronder staan twee voorbeelden van een kinderstoel om de gelijkenis met de stoel waarin keizer Jozef II is afgebeeld te illustreren.

kind-in-de-kinderstoel-jozef-israels-1835-1911
Kind in een kinderstoel, Jozef Israëls (1835 – 1911). Bron: Rijksmuseum.

Dit werk van Jozef Israëls laat een kind in een kinderstoel zien. De stoel heeft vier kleine wieltjes waardoor de stoel makkelijk verplaatst kon worden. Hieronder staat een afbeelding van eenzelfde soort kinderstoel. Het moge duidelijk zijn dat de kinderstoel hieronder voor de meer welgestelden was bedoeld. Er waren ook kakstoelen van dit type. Maar deze hadden geen wieltjes. Deze werden ergens neergezet en op die plek gelaten. De kakstoel was bedoeld als een wc. Ik zal hier meer over vertellen in een apart blog over de geschiedenis van de wc.

kinderstoel-vervaardigd-van-palmhout-anoniem-1690-1710
Een kinderstoel op wieltjes vervaardigd van palmhout, ca. 1690 – 1710. Bron: Rijksmuseum.

Het Rijksmuseum heeft nog een paar andere prenten in de collectie. Op de prent hieronder is een bedelaar in een rolstoel te zien. De prent heeft het onderschrift: ‘Myn opgekrompe en styve leen, In Zeemans dienst te vroeg gekregen, Doet my al zittend gaan ter Been; Op hoop van ieders gunst en zegen.’ Het is een man met wie we medelijden moeten hebben. Een tragische figuur. Niet alleen omdat hij in een rolstoel is beland, maar ook omdat hij tot een leven in armoede is veroordeeld en afhankelijk is van ieders gunst en zegen.

Bedelaar met rolstoel.
Bedelaar met rolstoel, door A. Smit naar Pieter Barbiers, 1764 -1792. Bron: Rijksmuseum.

Deze prent hieronder laat een kreupele man zien die, zittend op een stoel met wieltjes, wordt voortgetrokken door een vrouwspersoon. Onder de prent staat het volgende: ‘Het porren schynt myn werk te blyven; Eerst porde ik vroeg, nu om alleen Myn spreekend Hitje voort te dryven: Myn Disselboom is ’t linker been.’

man-op-stoel-met-wieltjes-voortgetrokken-pieter-langendijk-naar-pieter-barbiers-1727-1756
Man op een stoel met wieltjes voort-getrokken, door Pieter Langendijk naar Pieter Barbiers, 1727 – 1756. Bron: Rijksmuseum.

Door het onderschrift komt de man niet erg sympathiek over. We zouden medelijden met deze man moeten hebben omdat hij kreupel is en in een rolstoel zit. Zelf beklaagt hij zich dat het zijn lot is om te moeten blijven porren om de vrouw maar voort te blijven drijven. We krijgen eerder medelijden met de kleine vrouw die het porren van de man moet verdragen en de last met zich moet mee slepen.

De draagstoel

De rolstoel is niet heel erg veel afgebeeld in de kunst. Wat wel veel is afgebeeld, is de draagstoel. Een eenvoudige draagstoel was een open stoel of ligbed, met aan de voor- en achterkant lange stokken waardoor de passagier door twee, vier of zelfs meer mensen gedragen kon worden. Ik zeg passagier, omdat de meeste mensen die zich in een draagstoel lieten dragen best wel zelf konden lopen, maar dit liever niet deden.

We zien de draagstoel vooral in Aziatische en Afrikaanse landen. De Europeanen die in deze landen hun koloniën stichten, kwamen zo in contact met de draagstoel. Ook zij lieten zich graag ronddragen door de inheemse bevolking. De Westerlingen zagen zichzelf als superieur en verheven en vonden het dus normaal om zich door de inheemse bevolking te laten bedienen en te laten dragen.

Het waren de Spaanse en Portugese ontdekkingsreizigers die de draagstoel tegenkwamen in landen als India, Mexico en Peru. Zij importeerden de draagstoel in de zestiende eeuw naar Spanje. Vanuit Spanje kwam de draagstoel terecht in Frankrijk, Engeland, de Lage Landen etc.

portugees-in-een-draagstoel-joannes-van-doetechum-naar-jan-huygen-van-linchoten-1596
Afbeelding van een Portugees in een draagstoel, door Joannes van Doetechum naar Jan Huygen van Linschoten, 1596. Bron: Rijksmuseum.

Voor wie de draagstoel een uitkomst was, was de Engelse koning Henry VIII (1491 – 1547). Hij had aan het einde van zijn leven nogal wat gezondheidsproblemen. Een van die problemen was jicht. Henry had geen rolstoel tot zijn beschikking en moest dus worden gedragen in een draagstoel. Gezien zijn enorme postuur waren er zeker vier sterke mannen nodig die hem konden verplaatsen.

portret-van-koning-henry-viii-1542-naar-hans-holbein-de-jongere
Portret van koning Henry VIII, naar Hans Holbein de Jongere, 1542.

In Europa bleek de draagstoel een groot succes. De straten van de Europese steden waren smerig door modder en afval en waren bovendien erg druk door een toenemend aantal paarden en wagens. Door gebruik te maken van een draagstoel konden mensen op een veilige manier reizen en ook konden ze hun schoenen en kleding schoon houden. Bovendien konden reizigers met een draagstoel op plekken komen die met andere vervoersmiddelen moeilijk te bereiken waren.

Draagstoelen konden in veel grote steden worden gehuurd, inclusief een paar sterke en fitte kerels, die zorgden dat je op de plaats van bestemming kwam. Het waren over het algemeen natuurlijk wel de rijken, welgestelden die gebruik maakten van de draagstoel, die als een voorloper van de taxi kan worden gezien.

Natuurlijk waren er ook verschillen in draagstoelen. Er waren bijvoorbeeld ook hele grote en luxe draagstoelen. Koninginnen en prinsessen lieten zich dragen in draagstoelen die groot genoeg waren om in te slapen en in te eten voor als de reis lang duurde. De Engelse koningin Charlotte von Mecklenburg-Strelitz (1744 – 1818) was getrouwd met de Engelse koning George III (1738 – 1820).

Het kroningsportret van koningin Charlotte von Mecklenburg-Strelitz, door Allan Ramsay 1761. Bron: Royal Collection.

De draagstoel hieronder is in 1763 ontworpen door Samuel Vaughan (jaren actief: 1751 – 1772) in opdracht van koningin Charlotte. De draagstoel is gemaakt van eikenhout, Marokkaans leer, verguld metaal, glas en zijde. De stoel is in het bezit van de Royal Collection. Vaughan kreeg voor zijn ontwerp van koningin Charlotte ruim 185 pond en de vergulder en bekleder Diederich Nicolaus Anderson kreeg zelfs 250 pond voor zijn werk aan deze extravagante draagstoel.

draagstoel-queen-anne-royal-collection
De draagstoel van Engelse koningin Charlotte, 1763. Bron: Royal Collection.

Dat de draagstoel ook populair was onder kerkelijke bestuurders blijkt uit het feit dat het Derde Concilie van Braga in 675 na Chr. zelfs liet opnemen dat bisschoppen die de relieken van martelaren droegen in een processie, dit lopend moesten doen. Ze mochten zich niet langer in een draagstoel laten dragen. Als zo’n besluit werd opgenomen tijdens een concilie, dan kunnen we ervan uit gaan dat vele bisschoppen zich liever lieten dragen dan in een processie te moeten lopen.

De paus daarentegen had wel een eigen speciale ceremoniële pauselijke draagstoel. Deze stoel werd vooral gebruikt voor processies over korte afstanden zoals van het Apostolische Paleis, de officiële woon- en werkruimte van de Paus in Vaticaanstad, naar de Sint-Pieterbasiliek. Deze speciale draagstoel wordt de sedia gestatoria genoemd.

sedia_gestatoria_pope_pius_vii
De sedia gestatoria van Paus Pius VII (1742 – 1823) tentoongesteld in paleis Versailles.

De sedia gestatoria werd tijdens het pontificaat van Paus Johannes Paulus II (1920 – 2005) vervangen door de Pausmobiel. Zijn opvolger Paus Benedictus XVI (1927) liet de sedia gestatoria toch weer invoeren hetzij in een iets ander jasje. Benedictus XVI kon nu worden voortgeduwd in plaats van worden gedragen. Benedictus XVI trad in 2013 onverwachts af omdat hij vond dat hij door zijn hoge leeftijd de functie van paus niet meer naar behoren kon uitoefenen. Zijn opvolger Paus Franciscus I (1936) kan dus gebruik maken van de sedia gestatoria van Benedictus, als nodig is.

sedia gestatoria paus Benedictus XVI
De sedia gestatoria van Paus Benedictus XVI.

Draagstoelen werden niet alleen door de elite gebruikt, maar ook om zieken, invaliden en bejaarden te vervoeren. Deze draagstoelen kunnen ook als een soort voorloper van de brancard worden gezien. Natuurlijk waren deze draagstoelen een stuk eenvoudiger en goedkoper. Hieronder staat een voorbeeld van een draagstoel zoals die werden gebruikt in het Sint Janshospitaal in Brugge, België.

Draagstoel Sint Janshospitaal
Een draagstoel van het Sint Janshospitaal te Brugge, 19e eeuw.

De draagstoel bleef tot in de negentiende eeuw een van de favoriete vervoersmiddelen voor de elite. Daarna verdween de draagstoel langzaamaan uit het straatbeeld. Dit kwam omdat de straten ondertussen enorm waren verbeterd. De straten waren niet alleen bestraat, daarnaast waren er ook andere, snellere en meer comfortabele vervoersmiddelen gekomen om van a naar b te reizen.

europese-vrouw-in-draagstoel-opgetild-door-vier-chinese-mannen-anoniem-1879-1890
Afbeelding van een Europese vrouw in een eenvoudige draagstoel die door vier Chinese mannen wordt gedragen, 1879 – 1890. Bron: Rijksmuseum.

De Bath stoel

De Engelse stad Bath is beroemd om en genoemd naar de Romeinse baden die deze stad telt. Deze natuurlijke heetwaterbronnen trokken in de zeventiende en achttiende eeuw al veel toeristen. Er kwamen ook veel invalide bezoekers op af die hoopten dat een bad hen verlichting of genezing kon brengen.

Hieronder staat een afbeelding van de Pump Room. Deze zaal werd door ‘alle modieuze mensen en welgestelden’ van Bath bezocht. Een van de bezoekers van de Pump Room was de Engelse schrijfster Jane Austen (1775 – 1817). Zij gebruikte de Pump Room zelfs in twee van haar boeken, te weten Northanger Abbey en Persuassion.

Op de afbeelding van Thomas Rowlandson zien we hoe iemand in een rolstoel naar binnen wordt gereden en vlak daarachter stapt iemand uit een draagstoel die met een wandelstok loopt. Overal in Bath stonden draagstoelen klaar om de dames en heren naar hun plaats van bestemming te dragen. Het is dan ook niet vreemd dat uitgerekend twee ontwerpers van een nieuw type rolstoel hier vandaan kwamen.

The Comforts Of Bath - The Pump Room. Thomas Rowlandson (1756-1827). Pencil, Pen And Ink And Watercolour.
The comforts of Bath: the Pump Room, door Thomas Rowlandson, 1798.

Rond 1750 introduceerde de Engelse uitvinder James Heath de eerste Bath-stoel, genoemd naar zijn woonplaats Bath. Maar misschien heet deze rolstoel ook wel zo omdat de stoel qua vorm erg lijkt op een ouderwetse badkuip. Deze rolstoel was niet alleen bedoeld om invalide personen te vervoeren. Ook de rijke dames en heren lieten zich liever in deze rolstoel vervoeren dan over de ‘vieze’ straat te moeten lopen. Deze eerste Bath-stoel had een opvouwbare kap, maar was verder nog helemaal open.

james-heath-bath-chair
Afbeelding van het patent van James Heath voor de Bath wheelchair for invalids.
james-heath-rolstoel
Een Bath-stoel van Heath in een rieten uitvoering zonder kap.

In 1783 ontwierp John Dawson, eveneens uit Bath afkomstig, een rolstoel met een grotere kap, die als een huif over de inzittende heen kon worden getrokken, waardoor de passagier beter beschermd werd tegen wind en regen. Dit vroege model is ook nog vrij open. In latere modellen zit de passagier veel meer ingepakt om hem of haar beter te beschermd tegen de elementen.

oude-rolstoel
De Bath-stoel van John Dawson.

Sommige modellen hadden een kap die de passagier over zijn benen kon trekken waardoor schoenen en kleding droog bleven. Er waren zelfs modellen met een windscherm van glas om de passagier helemaal te beschermen tegen verschillende weertypen. De stoel had aan weerszijden grote wielen en een klein wiel een de voorkant. De rolstoel kon worden geduwd, maar met een kleine aanpassing ook worden voortgetrokken door een mens, paard of ezel. Dit model rolstoel kan worden gezien als de voorloper van de moderne handfiets voor atleten.

ibathch001p1
Een later model Bath-stoel.

De Bath-stoel was een groot succes. Vooral in de Victoriaanse tijd. De Bath-stoel werd ook veel gebruikt als vervoermiddel in verschillende badplaatsen aan de kust. Rond 1830 had de Bath-stoel bijna alle andere rolstoelen en draagstoelen vervangen.

De rolstoel in de negentiende eeuw

Ook in Amerika zien we de populariteit van de rolstoel als vervoersmiddel terug. In 1887 werden rolstoelen in Atlantic City geïntroduceerd met het idee dat invaliden ook moesten kunnen genieten van een wandeling over de lange houten promenade langs het strand. De rolstoelen bleken een grote hit. Het waren niet alleen invaliden, maar vooral ‘gezonde’ mensen die deze rolstoelen huurden en zich vervolgens lieten duwen door familie of personeel. Een wandeling over de promenade waarbij je zelf niet hoefde te lopen was pure decadentie.

atlantic-city-ca-1905-7
Twee afbeeldingen van de rolstoel in gebruik op de promenade van Atlantic City in de Verenigde Staten, beide uit ca. 1905.

rolstoel op promenade in Atlantic City

In de tweede helft van de negentiende eeuw waren de rolstoelen nog heel erg log en zwaar en waren hierdoor moeilijk te hanteren. Het was voor een invalide gebruiker bijna onmogelijk om de stoel zelf aan te drijven en vooruit te komen. De gebruiker was dus altijd afhankelijk van een ander. En zelfs al was er iemand om hem vooruit te helpen, dan nog ging dit maar heel moeizaam omdat de rolstoelen zo zwaar waren. Je kwam maar langzaam vooruit en er zullen dan ook geen grote afstanden mee zijn afgelegd.

In de tweede helft van de negentiende eeuw werden er al wel allerlei verbeteringen aan de rolstoel aangebracht. Zo kreeg de rolstoel een verstelbare rugleuning en ook verstelbare voetsteunen. Dit nieuwe model was gemaakt van hout en riet en was hierdoor al een stuk lichter en daardoor iets makkelijker te hanteren. De rolstoel had twee grote wielen aan de voor- of aan de achterzijde. De stoel woog ruim 22 kilogram zonder ‘duwhoepels’ en ruim 26 kilogram met ‘duwhoepels’.

lig-rolstoel
Afbeelding van een rolstoel met verstelbare rugleuning, voet-steunen en duwhoepels.

Het Amerikaanse patent uit 1869 was voor een voorloper van de rolstoel zoals wij die kennen, met aan de achterkant twee grote wielen die door de gebruiker zelf rondgedraaid konden worden (let wel: zonder duwhoepels!). Dit bleek in de praktijk niet erg handig. Wanneer er door de modder of regen gereden werd, kreeg de gebruiker enorm vieze handen. Dit probleem werd een paar jaar later opgelost door aan de buitenkant van de wielen een kleinere extra hoepel of velg te plaatsen die niet in aanraking kwam met de straat. De gebruiker van deze rolstoel hield zo zijn handen schoon. Er werden ook kleine wieltjes aan de voorkant geplaatst. Zowel de rugleuning als de voetsteunen van dit type konden worden versteld.

1869-wheelchair-patent
Een afbeelding van het patent uit 1869.

Deze rolstoelen waren al een stuk handzamer en comfortabeler en werden vooral veel gebruikt door veteranen die gevochten hadden in de Amerikaanse Burgeroorlog (1861 – 1865) en in de Eerste Wereldoorlog (1914 – 1918) en daarbij gewond waren geraakt.

THE MEDICAL SERVICES ON THE HOME FRONT, 1914-1918 (Q 27815) Two disabled soldiers at No. 4 London General Hospital. Note the 'Hospital Blue' uniform worn by the soldiers. Copyright: © IWM. Original Source: http://www.iwm.org.uk/collections/item/object/205213449
Twee gewonde soldaten bij het London General Hospital, nummer 4 (1914 – 1918). Bron: IWM.

De rolstoel in de twintigste eeuw

In 1912 werd de eerste gemotoriseerde rolstoel gepresenteerd. Deze driewieler had een vermogen van 1¾ paardenkracht. In 1916 werd deze rolstoel in Londen in productie genomen. Dit bleek nog geen succes. De stoel was om te beginnen veel te zwaar. Daarnaast was de stoel ook heel erg duur. De mensen die een rolstoel nodig hadden, konden zich dit type niet veroorloven. Zij bleven dus kiezen voor de standaard hand-geduwde rolstoel. Deze werd namelijk wel steeds goedkoper. Het probleem was dat deze rolstoelen nog altijd erg groot en onhandig waren en bijna onmogelijk te vervoeren. Hierdoor waren veel invaliden gedwongen om thuis of in het revalidatiecentrum te blijven.

Everest & Jennings

Het was de uitvinding van Everest en Jennings die voor verandering zou zorgen. In 1932 bouwde de ingenieur Harry C. Jennings Sr. de eerste opvouwbare rolstoel. Hij bouwde deze rolstoel samen met zijn goede vriend Herbert A. Everest die in 1918 zijn rug had gebroken bij een mijnongeluk en hierdoor verlamd was geraakt. Everest had zijn beklag gedaan bij Jennings over de rolstoelen die toentertijd beschikbaar waren. Ze waren allemaal groot, log en zwaar en hierdoor erg moeilijk te vervoeren.

De twee besloten in 1932 zelf aan de slag te gaan in Jennings garage en daar bouwden zij een lichtgewicht model rolstoel van aluminium pijpen die makkelijk in elkaar te vouwen was. Ze noemden deze rolstoel de X-brace. De X-brace woog zo’n 23 kilogram en kon veel makkelijker worden meegenomen in een auto of ander vervoermiddel.

Dick Bourgeois-Doyle van de National Research Council Canada (NRC) zei over de Everest rolstoel: ‘a tool for mobility and freedom that would touch the lives of disabled people around the world.’

everest-wheelchair-photo-u-s-patent-office
Patent van de Everest rolstoel.

 

patent-x-brace-ontwerp-1952
Het patent op een nieuwe X-brace, 1952.

Everest en Jennings verkregen in oktober 1937 een patent op de opvouwbare rolstoel. De twee begonnen hierop hun eigen bedrijf ‘Everest & Jennings’ om hun ontwerp te verbeteren en in productie te brengen.

Hun goede Canadese vriend John Counsell, die zelf een verlamde veteraan was, zag wel wat in de rolstoel. Gelukkig had hij goede connecties. Counsell toerde heel Canada door en demonstreerde overal de Everest & Jennings rolstoel. Hij liet zien hoe makkelijk hij ermee kon manoeuvreren en hoe eenvoudig je de rolstoel kon inklappen en wegzetten. Counsell heeft actief gelobbyd bij de Canadese regering wat resulteerde in een bestelling van 200 rolstoelen voor ziekenhuizen en andere zorginstellingen. Dit was de eerste grote order voor het bedrijf Everest & Jennings en betekende meteen een omslag. Het Rode Kruis en verschillende Amerikaanse organisaties bestelden nog eens duizenden rolstoelen.

Door slimme contracten te sluiten met de Amerikaanse regering werd Everest & Jennings een erkend bedrijf op het gebied van revalidatiehulpmiddelen waardoor zij in 1940 de leverancier werden van rolstoelen voor veteranen die in de Tweede Wereldoorlog (1940 – 1945) hadden gevochten en gewond waren geraakt. In 1943 besloot de familie van Everest hun aandelen in het bedrijf te verkopen. De familie Jennings bleef het bedrijf runnen.

ej-aluminium-transport-chair-19-inch-silver
De Everest & Jennings rolstoel.

De rolstoel van Everest & Jennings werd de fabrieksstandaard voor rolstoelen. Het bedrijf was de grootste producent van rolstoelen  tot het midden van de twintigste eeuw. Ze hadden een monopolie op rolstoelen in Amerika en rekenden hierdoor torenhoge prijzen. Voor de meeste mensen was er geen ander alternatief. De Amerikaanse justitie besloot Everest & Jennings voor het gerecht te dagen. Dit was voor andere bedrijven een signaal om met eigen en nieuwe ideeën voor rolstoelen te komen en deze uit te werken.

Een bekende gebruiker van de Everest & Jennings rolstoel was Superman-acteur Christopher D’Olier Reeve (1952 – 2004). In 1995 werd hij tijdens een paardensport-wedstrijd van zijn paard gegooid en raakte daarbij volledig verlamd.

christopher-reeve
Acteur Christopher Reeve als Superman, 1978 tot 1987.

Een andere bekende gebruiker van de Everest & Jennings rolstoel was de 32e Amerikaanse president, Franklin Delano Roosevelt (1882 – 1945). Tijdens een vakantie met zijn vrouw en kinderen in 1921 werd Roosevelt ziek. Hij raakte vanaf zijn middel verlamd. Na twee weken werd de diagnose polio vastgesteld. Met veel pijn en moeite en met behulp van ijzeren beugels die om zijn voeten, benen, heupen en middel zaten heeft Roosevelt weer leren staan en korte afstanden leren lopen. Hij zorgde ervoor dat hij nooit in het openbaar te zien was in zijn rolstoel. Er zijn maar een paar foto’s bewaard gebleven waarop Roosevelt zittend in zijn rolstoel te zien is.

220px-rooseveltinwheelchair
Een van de weinige foto’s van Roosevelt in zijn rolstoel. Hier is hij te zien samen met zijn kleindochter.
fdr-wheelchair-september-12-1937
Roosevelt gefotografeerd in zijn rolstoel op 12 september 1937.

In 2003 is de oorspronkelijke diagnose van polio herzien. Onderzoekers denken dat hij waarschijnlijk leed aan het Guillain-Barré syndroom, een aandoening van het zenuwstelsel. Het is een auto-immuunreactie die gepaard gaat met een plotselinge en toenemende spierzwakte en spierverlamming. Maar ook over deze diagnose is geen consensus.

Elektrisch rijden

Na de Tweede Wereldoorlog nam de vraag naar elektrisch aangestuurde rolstoelen toe. Sommige mensen begonnen zelf elektrische motortjes te bouwen en deze in een rolstoel te zetten. Een firma in Chicago, Amerika, ging zich zelfs specialiseren in het elektrisch laten rijden van Everest & Jennings rolstoelen. Er was echter één probleem. Al deze motortjes gingen niet lang mee en daarnaast gingen ze ook erg vaak stuk.

Everest & Jennings hadden zelf ook een elektrisch exemplaar gebouwd, model 840. Deze rolstoel had twee snelheden, ‘low’ en ‘high’. Om van snelheid te kunnen wisselen moest de rolstoel eerst wel worden stilgezet. Na het omzetten kon de gebruiker weer verder rijden. Dit was natuurlijk niet handig. Deze rolstoel bewoog ook nogal schokkerig. Dit kwam omdat de joystick contact moest maken met een van de vier aan/uit hefbomen die op de stoel zaten.

Kleins kunstje

Het eerste ontwerp voor een nieuwe rolstoel is te danken aan de Canadese uitvinder George Johann Klein (1904 – 1992). Samen met een team van specialisten bouwde Klein aan nieuwe modellen die gebaseerd waren op de X-brace van Everest & Jennings.

George Klein sitting in his prototype electric wheelchair, c. 1953 (Courtesy National Research Council of Canada Archives) NB: In 1930 a lightweight folding wheelchair that used tubular steel and mechanical components was developed. The chair was developed by two Americans named Harry Jennings and Herbert Everest. The company that they founded, E&J, took off during the early 1940's due to the war. Some people began fitting electric motors to the chair and a firm in Chicago offered motors that attached to the E&J chairs. While it was a very innovative concept, these motors did not last for long and were very prone to mechanical failure. After trying many of the drive systems that were commercially available, the Canadian government asked George J. Klein to create a reliable and durable system. Klein began working on his own electric control system for the E&J chair in 1950. Klein felt that since the E&J chair could be easily and efficiently reproduced that it would be a disservice to his government and those who would use his chair to not use it. After several years of testing Klein revealed his electric propulsion system which would completely revolutionize the wheelchair. Many of his innovations, including the joystick control, can still be seen in today's power chairs. By 1955 the popularity of the chair had grown in both the US and Canada. It was used by veterans and civilians alike. To help with the production and improve publicity, Canada allowed the US to begin manufacturing the system.
George Klein zittend in zijn prototype electrische rolstoel, ca. 1953. Bron: National Research Council of Canada Archives.

Het Canadese departement voor veteranen vroeg de NRC (National Research Council) om een verbeterde rolstoel die weinig onderhoud nodig zou hebben. Het team van George Klein ging hiermee aan de slag. Anderen waren ook met deze opdracht bezig geweest, maar hadden gefaald. Klein werkte samen met een team van wetenschappers, ingenieurs, artsen en patiënten die vertelden wat zij wilden en wat zij nodig hadden. Klein was vastberaden om een nieuwe en verbeterde elektrische rolstoel te bouwen.

george-klein-working
George Klein werkt met een collega aan zijn prototype van de elektrische rolstoel, 1950 – 1954. Bron: National Research Council of Canada Archives.

In 1954 was Klein klaar met zijn ontwerp. Volgens een officiële verklaring van het NRC aan het publiek had het uiteindelijke ontwerp twee belangrijke verbeteringen: een 24-volt aandrijving en twee onafhankelijke aansturingsmechanismen (één voor elk wiel). De verbeterde stroomvoorziening en batterij/accu waren grotendeels verantwoordelijk voor het succes van deze rolstoel, maar ook de versnellingsbak en controleknoppen die samen in een soort joystick zaten verwerkt waren erg innovatief.

innovator-wheelchair-09
Een overzicht van de innovaties die George Klein en zijn team hebben aangebracht, 1950 – 1954. Bron: National Research Council of Canada Archives.

Volgens het rapport was de rolstoel van Klein zeer eenvoudig te besturen en kostte dit heel weinig inspanning. Verder werd de rolstoel geprezen om zijn simpele maar nette uitvoering, makkelijke bediening, weinig onderhoud, lichte joystick waarmee de stoel zowel vooruit als achteruit bestuurd kon worden, weinig ruimte nodig had om te kunnen manoeuvreren en met een volle batterij kon er een afstand van ca. 32 kilometer worden afgelegd.

Klein vond het niet nodig om zelf ook nog eens een nieuwe rolstoel te ontwerpen. Hij voegde zijn systeem toe aan de al bestaande rolstoelen van Everest & Jennings omdat deze volop beschikbaar waren en gezien de verschillende functies (zoals het opvouwbaar zijn) populair waren bij het grote publiek.

In 1955 lichtte de U.S. Veterans Administration alle rolstoelfabrikanten van Amerika in over de nieuwe elektrische Klein-stoel. Deze werd tijdens een speciale ceremonie op 26 oktober 1955 gepresenteerd in de Veterans Memorial Building in Ottawa. De Canadese regering presenteerde toen dit prototype van de ‘eerste werkende’ elektrische rolstoel aan de U.S. Veterans Administration. Dit gebaar was voor de Canadese regering een manier om meer bekendheid aan deze uitvinding te geven en het zo met meer landen te delen.

De elektrische rolstoel van Everest & Jennings met de aandrijving van Klein was meteen populair. Niet alleen bij veteranen maar ook bij burgers. Everest & Jennings lanceerde in 1956 hun eigen ontwerp en kregen daarmee wereldwijde erkenning. Eind jaren 1960 had Everest & Jennings al meer dan een miljoen elektrische en handgeduwde exemplaren verkocht.

In 2005 werd de originele Klein-stoel terug gebracht naar waar die vandaan kwam. De reden was het verschijnen van een biografie over het leven van George Klein. De stoel werd tentoongesteld in Ottawa’s Canada Science and Technology Museum.


De eerste elektrisch aangedreven rolstoelen werden in eerste instantie aangeprezen als ‘electric chairs’, totdat de reclamebureaus zich realiseerden dat het hier niet ging om een executiemethode, maar om een hulpmiddel voor invaliden. Daarop hebben ze de benaming meteen aangepast. Het kon natuurlijk niet zo zijn dat mensen dachten dat alle invaliden geëlektrocuteerd moesten worden.


Soorten en maten

Er zijn veel verschillende typen rolstoelen. Om een paar voorbeelden te noemen: speciale kinderrolstoelen, obesitasrolstoelen, strandrolstoelen met grote ballonachtige banden vanwege het zand, doucherolstoelen die geschikt zijn voor onder de douche, zwembadrolstoelen voor gebruik in vochtige ruimten zoals het zwembad en de sauna, de rolstoelfiets etc. etc. Er zijn echter een paar typen rolstoelen die eruit springen en deze zal ik hieronder verder toelichten.

Sportieve ontwikkelingen

Het bedrijf Everest & Jennings is ondertussen allang geen grote speler meer op de markt voor rolstoelen. Er zijn nu bedrijven met veel nieuwe en hippe modellen van zowel handgeduwde als elektrische rolstoelen en scootmobielen. Bedrijven die rolstoelen maken zoals de Pride Mobility Jazzy, Invacare FDX, Sunrise Quickie en de iBot.

Na de komst van de elektrische rolstoel lag de focus voor nieuwe ontwikkelingen vooral op het verbeteren van de rolstoel zelf door deze nog lichter maken, en ook de betrouwbaarheid en functionaliteit ervan te verbeteren. Veel voordelen ontstonden doordat een toenemend aantal gebruikers aan sport ging doen, wat de vraag naar ultralichtgewicht-modellen deed toenemen.

Hamilton’s Quickie

Een invloedrijk en experimenteel ontwerp was de Quickie. Deze ultralichtgewicht rolstoel werd in 1979 geïntroduceerd door Marilyn Hamilton, Jim Okamoto en Don Helman. De Quickie-rolstoel was uniek omdat het de prestatie van de rolstoel drastisch verbeterde. Daarnaast kwam de rolstoel in allerlei felle kleuren waardoor de stoel esthetisch gezien ook een stuk aantrekkelijker werd.

Quickie rolstoel
De Quickie GT van Sunrise Medical.

Marilyn Hamilton (1949) kreeg in 1978 op 29-jarige leeftijd een ongeluk tijdens het deltavliegen. Hierbij liep zij een ruggenmergbeschadiging op. Ze kreeg in eerste instantie een rolstoel van ruim 27 kilogram. Hier was ze niet blij mee en ze besloot om zelf een nieuwe rolstoel te bouwen van het materiaal dat ook bij deltavliegen werd gebruikt. Ze wilde een nieuw en een extreem lichte model bouwen. En ze wilde een stoel die niet alleen licht en functioneel was, maar ook ‘fun’. Door dit nieuwe type rolstoel in allerlei kleuren aan te bieden, kon de gebruiker zijn stoel als een verlengstuk van zijn persoonlijkheid maken. De rolstoel werd zo een modeaccessoire.

Hamilton begon na haar ongeluk haar eigen bedrijf Sunrise Medical. Zelf was ze een atlete. Samen met twee collega-deltavliegers bouwde ze de Quickie Wheelchair. Deze lichtgewicht rolstoel was speciaal voor atleten en sporters bedoeld. Hamilton maakte een van de eerste tennisrolstoelen, met een hele lage rugleuning waardoor de gebruiker de ruimte had om ballen goed te kunnen slaan. Daarnaast maakte Hamilton ook mono-ski’s en ‘zittende’ waterski’s.

De sportieve rolstoelen van Hamilton hebben de wereld van aangepaste sporten getransformeerd. Rolstoelgebruikers werden eindelijk enthousiast gemaakt om zittend allerlei verschillende soorten sporten te gaan beoefenen, omdat dit type rolstoel hen daar de mogelijkheid toe gaf.

Quickie rolstoel
De sportieve Quickie met speciale banden en de lage rugleuning waardoor sporters makkelijker en vrijer kunnen bewegen.

Zelf bleef Hamilton ook sporten in haar Quickie. Ze heeft verschillende prijzen gewonnen in verschillende sporten. Daarnaast heeft ze ook de organisatie ‘Winners On Wheels’ opgericht die kinderen met een handicap meer zelfvertrouwen geeft, door middel van sport.

De iBot

Met name de ontwikkelingen van de laatste jaren zijn spannend. Als mensen uit de achttiende en negentiende eeuw zouden zien hoe een rolstoel nu kan balanceren op twee wielen, zouden ze hun ogen waarschijnlijk niet geloven. De rolstoel die de iBot wordt genoemd kan niet alleen ‘opstijgen’ op twee wielen als een ware transformer. Als iemand tegen de iBot aanduwt of probeert de rolstoel uit balans te brengen, dan corrigeert de rolstoel zichzelf. De rolstoel kan zichzelf dus in balans houden, en zelfs beter dan een mens dat kan. Hier hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan. De iBot is qua prijs te vergelijken met een luxe auto, en is dus lang niet voor iedereen haalbaar.

De iBot is een all-terain elektrische rolstoel die is ontwikkeld door de Amerikaanse uitvinder en ondernemer Dean Kamen (1951) die met zijn bedrijf DEKA hiervoor een samenwerking is aangegaan met de firma Johnson & Johnson’s. Kamen is tevens de uitvinder van de Segway en gebruikt dezelfde techniek voor de iBot als hij voor de Segway heeft gebruikt.

Dean Kamen in iBot.
Dean Kamen zittend in een iBot.

De iBot kreeg als bijnaam de naam Fred, genoemd naar acteur, zanger en danser Fred Astaire (geboren als Frederick Austerlitz, 1899 – 1987). Rond 1990 werd een begin gemaakt met dit nieuwe type rolstoel. Het eerste werkende prototype was in juli 1992 klaar. Door de samenwerking met Johnson & Johnson’s zou de rolstoel in productie kunnen worden genomen.

De iBot werd op 30 juni 1999 aan het publiek gepresenteerd. Hierna kon een serie klinische proeven beginnen. Op 13 augustus 2003 kreeg de iBot eindelijk de goedkeuring van de FDA (Food and Drug Administration, die behalve eten en medicijnen ook medische hulpmiddelen en producten controleert).

De aanschafkosten van een iBot bedragen zo’n 25.000 á 30.000 dollar, en dat terwijl de ziektekostenvergoeding voor een rolstoel in Amerika zo’n 5.000 dollar beslaat. Hiermee is de iBot voor de meeste mensen veel te duur. Er werden dan ook slechts een paar honderd exemplaren per jaar verkocht. Dit kon niet uit tegen de productiekosten en in 2009 stopte de productie van de iBot.

In 2011 kondigde Kamen aan dat de America’s Huey 091 Foundation probeerde de productie van de iBot nieuw leven in te blazen. Daarna bleef het stil. Eind 2014 kondigde Kamen aan dat de FDA de iBot opnieuw had ingeschaald naar een klasse II hulpmiddel, in plaats van een klasse III. Hierdoor kon het bedrijf DEKA aan een nieuwe en verbeterde versie van de iBot gaan werken. Kamen hoopte binnen twee jaar een nieuw model te kunnen presenteren die in eerste instantie beschikbaar zou worden voor gewonde veteranen.

Op 21 mei 2016 kondigde het bedrijf Toyota aan een samenwerking te beginnen met DEKA om een nieuwe versie van de iBot te produceren. Er is op dit moment nog geen datum bekend wanneer dit zal gebeuren.

Echte transformers

De iBot heeft twee sets van aangedreven wielen die kunnen roteren. Hierdoor kan de iBot zelfs trappen op en af gaan. Als de gebruiker van de iBot van deze functie gebruik wil maken, moet hij wel een leuning hebben om stevig te kunnen vastpakken of iemand die hem kan steunen bij het op- of afgaan van de trap.

iBot op trap
De iBot kan traprijden.

 

iBot functies
De verschillende functies van de iBot.

Deze rolstoel komt met een afstandsbediening waardoor je hem makkelijk kan verplaatsen zonder dat er iemand in zit. Door slimme technologie kan deze rolstoel zijn evenwicht bewaren. Wanneer de gebruiker bijvoorbeeld een stoeprand oprijdt, dan blijft de zitting recht. Daarnaast kan de rolstoel rechtop staan door een paar wielen boven de andere te plaatsen. Hierdoor kan de gebruiker van de iBot tot een hoogte van ca. 1.80 meter komen (afhankelijk van de lengte van de gebruiker). Ook kan de iBot op verschillende soorten ondergrond rijden, zoals bijvoorbeeld gravel, zand of een laag water.

De iBot heeft ondertussen concurrentie gekregen van een paar andere bedrijven. Een van die bedrijven is Matia Robotics dat in 2006 is begonnen. Dit bedrijf bestaat uit een groep uitvinders en ingenieurs die zich bezig houdt met het ontwikkelen van slimme technologie om mensen met bijvoorbeeld een dwarslaesie, weer te kunnen laten staan. In 2012 kwamen zij met hun eerste product de Tek Robotic Mobilization Device (RMD). Het nadeel is wel dat de gebruiker vanuit zijn eigen rolstoel in de Tek RMD moest ‘stappen’.

Tek RMD
De Tek RMD van Matia Robotics.

Vanuit de rolstoel weer kunnen staan dankzij de Tek RMD.

Een ander bedrijf dat bezig is met een revolutionair nieuw ontwerp voor de rolstoel is Up ’n Ride Robotics. Dit bedrijf, dat gevestigd is in Yokne’am Illit in het noorden van Israel, is opgericht door dr. Amit Goffer. Goffer kreeg in 1997 een ongeluk waarbij hij een dwarslaesie opliep. Hij is ook de man achter de Rewalk (het exoskeleton) waardoor mensen met een dwarslaesie weer konden leren lopen. Nu heeft hij samen met zijn team van wetenschappers en techneuten een nieuw type rolstoel ontwikkeld: de Up ’n Ride.

Het verschil tussen deze rolstoel en de iBot is dat de wielen gelijk blijven en de Up ’n Ride hierdoor niet een trap op en af kan rijden. Het bijzondere van de Up ’n Ride is dat de stoel helemaal kan uitschuiven tot een harnas waardoor de gebruiker als het ware kan staan en op ooghoogte komt met zijn omgeving. Hij hoeft dus niet ‘over te stappen’ op een ander hulpmiddel zoals bij de Tek RMD, maar kan gewoon in zijn rolstoel blijven zitten terwijl deze zich ontvouwt als een ware transformer. De Up ’n Ride werd in september 2016 tijdens de Rehacare-beurs in Düsseldorf, Duitsland gepresenteerd.

upnride
De Up ’n Ride.
upnride rolstoel
Dr. Amit Goffer in zijn Up ’n Ride rolstoel.

Er zijn dus allerlei bedrijven bezig met het ontwikkelen van nieuwe rolstoelen en andere hulpmiddelen die invalide gebruikers weer kunnen laten staan. Dit is voor veel rolstoelgebruikers van enorm belang. Er zijn meer dan 70 miljoen rolstoelgebruikers in de wereld en velen lopen aan tegen discriminatie, onbegrip, pesterijen, of worden juist genegeerd, of als zielig, hulpeloos, minderwaardig, afhankelijk etc. bestempeld. Het weer kunnen staan naast andere mensen en op dezelfde hoogte kunnen communiceren is enorm belangrijk als het gaat om de eigenwaarde en het zelfvertrouwen van de gebruiker als ook voor het gevoel van waardigheid en gelijkwaardigheid.

Wat opvalt is dat er nu op allerlei terreinen mensen vanuit verschillende disciplines  samenwerken om tot nieuwere en betere oplossingen te komen. Ondernemers werken samen met uitvinders, wetenschappers, ingenieurs, techneuten, artsen en patiënten om tot de beste producten/hulpmiddelen te komen. Waar George Klein in de jaren 1950 mee is begonnen wordt tot op de dag van vandaag voortgezet. Dat is niet alleen mooi om te zien, maar het laat ook zien dat het werkt. Samen bereik je meer.

Toekomst

Waarschijnlijk zullen rolstoelen in de toekomst ook weer heel anders zijn, dan de rolstoelen die wij kennen en in het straatbeeld zien. Er zijn op dit moment bijvoorbeeld wetenschappers die proberen om rolstoelen te bouwen die aangestuurd kunnen worden door neurologische impulsen vanuit het brein. In Spanje werken wetenschappers aan een interface die gebruikers de rolstoelen op deze manier laat controleren.

We zullen alleen nog eventjes geduld moeten hebben voor het zover is. Maar één ding is zeker. Het zijn spannende tijden. Ik denk dat de rolstoelen van de toekomst nog veel innovatiever en gebruiksvriendelijker zullen zijn dan wij ons op dit moment kunnen voorstellen.

Louise Stutterheim
Louise Stutterheim (1980) • cultuurhistorica en schrijfster

Geef een reactie